ECLI:NL:RBSGR:2003:AN9886
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortzetting bewaring in Uitzetcentrum Rotterdam en overbrenging
De vreemdeling, met Guinese nationaliteit, is op 29 september 2003 in bewaring gesteld. De rechtbank heeft eerder het beroep tegen opheffing van de bewaring ongegrond verklaard. De voortzetting van de bewaring vindt plaats in het Uitzetcentrum Rotterdam, waar de voorzieningen niet volledig voldoen aan het Reglement regime grenslogies, met name op het gebied van (rechts)hulp, ontspanningsactiviteiten en daglichttoetreding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het verblijf in het uitzetcentrum, hoewel niet onrechtmatig voor een beperkte duur, bij overschrijding van 28 dagen niet als kortdurend kan worden beschouwd. De voorzieningen zijn onvoldoende, zoals het ontbreken van sportfaciliteiten, onderwijs, bibliotheek en directe daglichttoetreding, en het ontbreken van een tolkentelefoon.
De rechtbank beveelt daarom de overbrenging van de vreemdeling binnen zeven dagen naar een Huis van Bewaring of een andere locatie die voldoet aan het reglement. De voortzetting van de bewaring zelf wordt niet onrechtmatig geacht, maar de locatie wel. Tevens worden de proceskosten van de vreemdeling aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt overbrenging van de vreemdeling binnen zeven dagen naar een Huis van Bewaring vanwege onvoldoende voorzieningen in het Uitzetcentrum Rotterdam.