ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0257
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar
Eiser en eiseres, beiden van Iraanse nationaliteit, hebben meerdere asielaanvragen ingediend die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn afgewezen. Eiser vreesde vervolging vanwege spionagebeschuldigingen en mishandeling in Iran, terwijl eiseres vreesde vervolging vanwege haar relatie met eiser.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die aanleiding gaven tot een herziening van eerdere besluiten, zoals vereist op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het enkele feit dat eerdere procedurefouten waren gemaakt door de eerste gemachtigde, vormde geen bijzondere omstandigheid om hiervan af te wijken.
Daarnaast vond de rechtbank dat de vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro onvoldoende aannemelijk was gemaakt. Eiseres' beweringen over negatieve aandacht van de autoriteiten en gijzeling werden niet ondersteund door bewijs. Ook het ontbreken van documenten ter staving van identiteit en reisroute werd aan haar toegerekend, wat haar geloofwaardigheid ondermijnde.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielberoepen af wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.