ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0278
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning op grond van categoriale bescherming Burundi
Verzoekster, die zich beroept op de Burundese nationaliteit en het categoriale beschermingsbeleid, kreeg haar aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van haar identiteit en nationaliteit. Zij overhandigde een origineel Burundees identiteitsbewijs, maar verweerder kon de echtheid niet bevestigen en stelde dat verzoekster niet geloofwaardig was in haar bewering Burundese te zijn, mede door een taalanalyse die haar eerder in Rwanda plaatste.
De rechtbank oordeelde dat bij toepassing van het categoriale beschermingsbeleid uitsluitend de nationaliteit van belang is, niet de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Omdat het originele identiteitsdocument cruciaal is en nader onderzoek naar de echtheid niet mogelijk was, kon verweerder niet zonder meer voorbijgaan aan het document. De rechtbank vond het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd en vernietigde het.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank besloot op grond van artikel 8:86 Awb Pro direct in de hoofdzaak uitspraak te doen en het beroep gegrond te verklaren.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.