ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0450
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.C. van de Schepop
- M.A.C. Hofman
- E. de Greeve
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan niet onredelijk
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf bij zijn Nederlandse partner. De aanvraag werd door de Minister van Buitenlandse Zaken afgewezen omdat de hoofdpersoon niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt, zoals vereist in de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde dat het beleid, neergelegd in het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire (TBV) 2002/30, een beleidswijziging inhoudt die onredelijk is en in strijd met vaste jurisprudentie en de artikelen 8 en 12 EVRM. Het geschil spitste zich toe op de vraag of een stijging van het netto-inkomen door toekenning van een heffingskorting kan worden meegeteld bij de beoordeling van de middelen van bestaan.
De rechtbank oordeelde dat het beleid niet is gewijzigd of verscherpt ten opzichte van het oude beleid uit de Vreemdelingencirculaire 1994 en dat slechts daadwerkelijk beschikte inkomensbestanddelen mogen worden meegeteld. De voorwaarde dat de stijging van het netto-inkomen moet worden aangetoond met een beschikking van de Belastingdienst is een technische aanpassing en niet onredelijk.
Verder concludeerde de rechtbank dat de weigering van de mvv geen inbreuk maakt op het gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, noch op het recht om te huwen zoals bedoeld in artikel 12 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de rechtbank zag geen aanleiding tot kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.