ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0537
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Nigeria
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 16 oktober 2003 beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Hij vreesde terugkeer vanwege ernstige bedreigingen en mishandeling door zijn oom, die over vermeende toverkrachten beschikt en familieleden heeft vermoord. Verzoeker stelde dat terugkeer zou leiden tot psychische en lichamelijke ondergang.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht volstond met een standaardoverweging omtrent artikel 3 EVRM Pro en onvoldoende onderzoek deed naar de medische en psychische omstandigheden van verzoeker. Ook werd geoordeeld dat de 48-uurstermijn van de ac-procedure niet was overschreden, omdat het afnemen van vingerafdrukken niet onder deze termijn valt.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag, omdat de bedreigingen uit de privésfeer komen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.