ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing driejarenbeleid
Eiser, een Turkse vreemdeling, diende op 23 maart 1999 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. De aanvraag werd aanvankelijk buiten behandeling gesteld, maar na bezwaar alsnog in behandeling genomen. Bij besluit van 7 december 2001 werd de aanvraag afgewezen, waarna eiser opnieuw bezwaar maakte en uiteindelijk beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) met onmiddellijke werking op 1 april 2001 van toepassing is, waardoor het niet mogelijk is een verblijfsvergunning zonder beperking te verlenen die later omklapt in een vergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder stelde dat eiser geen beperking had opgegeven en dat het verblijfsdoel "klemmende redenen van humanitaire aard" niet als beperking in het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) was opgenomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser wel degelijk klemmende redenen van humanitaire aard als verblijfsdoel heeft beoogd en dat het niet redelijk is van eiser te verlangen een beperking aan te geven. Verweerder dient de aanvraag te toetsen aan bestaande beperkingen of gebruik te maken van de bevoegdheid om een andere beperking te verbinden. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van medische behandeling, omdat deze ook in Turkije kan plaatsvinden.
Ten aanzien van het driejarenbeleid geldt dat de termijn is begonnen op 23 maart 1999 en is volgelopen op 23 maart 2002, na inwerkingtreding van de Vw 2000. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat het driejarenbeleid moet worden beoordeeld naar de stand van het beleid bij het vollopen van de termijn. Verweerder heeft het beleid onjuist toegepast door bij humanitaire redenen geen vergunning toe te kennen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit te nemen, met een voorlopige voorziening dat uitzetting achterwege blijft.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.