ECLI:NL:RBSGR:2003:AO0583
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van gronden in vreemdelingenzaak
Eiseres, van Sri Lankaanse nationaliteit, diende op 18 april 2001 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd op 4 september 2001 door verweerder afgewezen. Eiseres stelde hiertegen beroep in op 11 september 2001. Tijdens de zitting op 1 oktober 2003 verscheen eiseres met gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat eiseres in haar beroepschrift en aanvulling volstond met een verwijzing naar haar eerder ingediende zienswijze, zonder de door verweerder gemotiveerde weerlegging in het bestreden besluit inhoudelijk te weerleggen. De rechtbank verwees naar recente uitspraken van de Raad van State en stelde dat om te voldoen aan artikel 6:5 Awb Pro de vreemdeling in beroep of bij de zienswijze zijn opvattingen omtrent de beoordeling door verweerder moet kenbaar maken en bij beroep nader moet onderbouwen.
Omdat het beroepschrift geen nieuwe of aanvullende gronden bevatte en de termijn voor aanvulling was verstreken, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling of toewijzing van proceskosten. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende gemotiveerde beroepsgronden.