ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1015
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van traumatabeleid na getuige zijn van mishandeling oom in Angola
Eiser, afkomstig uit Angola, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zijn verzoek werd afgewezen omdat niet werd aangenomen dat hij persoonlijk gevaar liep of vluchteling was. Eiser stelde dat hij recht had op verblijfsvergunning vanwege traumatische ervaringen, waaronder het getuige zijn van de mishandeling van zijn oom door de politie.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens het nader gehoor niet specifiek op het traumatabeleid was bevraagd, maar dat uit zijn verklaring bleek dat hij zich op korte afstand achter het kippenhok verstopte terwijl de politie zijn oom beschoten en meenam. Hoewel hij niet direct ooggetuige was, achtte de rechtbank dit voldoende om te concluderen dat eiser getuige was van ernstige mishandeling, passend binnen de criteria van hoofdstuk C1/4.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank verwierp de stellingen van verweerder dat eiser niet persoonlijk in gevaar was of dat zijn angst voor dienstplicht onvoldoende was onderbouwd. Ook het beroep op het voordeel van de twijfel en andere humanitaire gronden werd afgewezen als onvoldoende zelfstandig.
Op grond van deze overwegingen vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het traumatabeleid.