ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1305
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning Somalische vreemdeling
Eiser, een Somalische vreemdeling, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en een strafrechtelijke veroordeling. Hij betwistte deze ongewenstverklaring en de weigering van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (vtv).
De rechtbank oordeelde dat verweerder de ongewenstverklaring in redelijkheid kon handhaven, mede gelet op de strafrechtelijke veroordeling van eiser tot 18 maanden gevangenisstraf. De rechtbank wees erop dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de weigering van toelating voorafgaand aan de ongewenstverklaring inhoudelijk te toetsen, en dat de aanvraag om toelating buiten behandeling kon worden gesteld zonder dat dit onrechtmatig was.
Voorts stelde de rechtbank vast dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat terugkeer naar Somalië onmogelijk is, en dat het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een zelfstandig procesbelang, aangezien een vergunning verlening zou stuiten op artikel 67, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verwierp ook het beroep van eiser op artikel 3 EVRM Pro en de hardheidsclausule, en concludeerde dat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld. Het beroep tegen de ongewenstverklaring werd ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring is ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.