ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1328
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van rechtsgrond
Eiseres, afkomstig uit Nigeria en behorend tot de Igbo-bevolkingsgroep, vluchtte vanwege etnische conflicten en familiegeweld. Zij diende een asielaanvraag in, maar vertrok per 9 september 2002 met onbekende bestemming. De rechtbank beoordeelt asielaanvragen op basis van aannemelijkheid, waarbij het primair aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat er een rechtsgrond bestaat voor een verblijfsvergunning.
Verweerder stelde dat eiseres op een vals paspoort Nederland was binnengekomen en geen geloofwaardige documenten kon overleggen, waardoor haar asielrelaas niet aannemelijk was. Eiseres voerde aan dat communicatieproblemen haar eerdere aanvraag belemmerden en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende waren om het besluit te vernietigen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, b of c, van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.