ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van vermoedelijk Sierraleoonse nationaliteit, is op 17 oktober 2003 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat de bewaring niet onrechtmatig was, maar bij de huidige beoordeling staat het voortduren van de maatregel centraal.
De rechtbank constateert dat verweerder, de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, de uitzetting niet met voldoende voortvarendheid heeft voorbereid. Zo is er nooit een aanvraag tot afgifte van een laissez-passer ingediend bij de autoriteiten van Burkina Faso, het vermoedelijke land van herkomst. Vanaf het moment van oplegging van de bewaring zijn geen uitzettingsactiviteiten meer verricht.
Hierdoor is het zicht op uitzetting verloren gegaan en acht de rechtbank de bewaring onrechtmatig. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt per direct opgeheven en de proceskosten worden vastgesteld op nihil omdat de gemachtigde van eiser geen proceshandelingen heeft verricht.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij de voorbereiding van de uitzetting.