ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1526
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens vertraagd identiteitsonderzoek bij vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Pakistaanse nationaliteit, werd op 1 september 2003 staandegehouden bij de Duits-Nederlandse grens en opgehouden wegens het ontbreken van identiteitsdocumenten. Op 2 september 2003 werd hij in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw 2000). Het identiteits- en verblijfsrechtelijk onderzoek, bedoeld om tijdens de ophouding plaats te vinden, vond echter pas na de inbewaringstelling plaats.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was omdat de identiteit en verblijfsstatus van eiser niet voorafgaand aan de bewaring waren vastgesteld. Verweerder had ter zitting erkend dat bij bekendheid van deze gegevens geen inbewaringstelling zou hebben plaatsgevonden. Hierdoor werd de bewaring vanaf het begin als onrechtmatig beschouwd.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €855,- voor de negen dagen die hij in bewaring had doorgebracht, en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en de bewaring werd opgeheven met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt onrechtmatig verklaard, opgeheven en er wordt een schadevergoeding van €855 toegekend.