ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1696
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning op grond van traumabeleid en humanitaire redenen aan minderjarige asielzoekster
Eiseres, een minderjarige uit Angola, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000. Haar ouders werden in 1998 vermoord, waarna zij op straat belandde en slachtoffer werd van verkrachting door een politieagent. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvraag af, stellende dat zij niet aannemelijk had gemaakt binnen zes maanden na deze gebeurtenissen het land te hebben verlaten en dat er geen sprake was van overheidshandelen bij de verkrachting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom strikt aan de zesmaandentermijn kon worden vastgehouden, gezien de jeugdige leeftijd van eiseres en de omstandigheden. Ook werd onvoldoende onderbouwd waarom bepaalde passages uit het rapport van nader gehoor minder gewicht zouden hebben dan andere. De rechtbank erkende het trauma van eiseres en concludeerde dat de verkrachting door een politieagent terecht niet als overheidshandelen was aangemerkt, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiseres geen bescherming kon inroepen.
De rechtbank vernietigde de beschikking en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de jeugdige leeftijd van eiseres, het causale verband tussen de gebeurtenissen en haar vertrek uit Angola, en het traumabeleid. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van het traumabeleid en de jeugdige leeftijd van eiseres.