ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1937
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens onterecht verblijfsalternatief in Noord-Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit behorende tot de Sabaï-Mandaï bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning na afwijzing van zijn asielaanvraag. Verweerder stelde dat eiser een verblijfsalternatief had in Noord-Irak en betwijfelde de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas, met name zijn langdurig illegaal verblijf in Rusland.
De rechtbank oordeelde dat het primaire standpunt van verweerder onvoldoende was gemotiveerd en dat het relaas van eiser niet ongeloofwaardig was. Tevens werd vastgesteld dat Noord-Irak niet toegankelijk is voor personen uit Centraal-Irak, waardoor het verblijfsalternatief niet bestaat. De rechtbank stelde dat het besluitmoratorium niet van toepassing is op reeds genomen besluiten en dat gewijzigde feiten en omstandigheden betrokken moeten worden bij de beoordeling.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw te beslissen rekening houdend met de gewijzigde feiten. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard omdat eiser geen verblijfsalternatief heeft en de eerdere beoordeling niet voldeed aan de vereisten van artikel 83 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning vernietigd wegens het ontbreken van een verblijfsalternatief in Noord-Irak.