ECLI:NL:RBSGR:2003:AO2175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Koerdische peshmerga wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico-inschatting
Eiser, een Koerdische peshmerga uit Noord-Irak, diende een asielaanvraag in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen. De rechtbank toetste het beroep tegen deze afwijzing waarbij eiser documenten overlegde die pas in de beroepsfase werden ingediend.
De rechtbank overwoog dat documenten die pas in beroep worden overgelegd in principe niet mogen worden betrokken bij de beoordeling, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden of als aannemelijk is dat deze documenten niet eerder konden worden overgelegd. In dit geval waren de documenten geen nieuwe feiten maar een nadere onderbouwing en had eiser deze documenten eerder kunnen overleggen, waardoor zij niet in de beoordeling werden betrokken.
De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was omdat eiser geen reis- of identiteitspapieren kon overleggen en zijn verhaal onvoldoende onderbouwde. Daarnaast was niet aannemelijk dat eiser een reëel risico liep op vervolging door de Koerdische Democratische Partij (KDP) of de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), mede gelet op de samenwerking tussen deze partijen en de Turkse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen vluchteling was in de zin van het Vluchtelingenverdrag en geen verblijfsvergunning op grond van humanitaire redenen kon worden toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijk risico op vervolging.