ECLI:NL:RBSGR:2003:AO3076
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. H. Severein
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt beroep gegrond wegens medische noodsituatie en schending artikel 3 EVRM bij terugzending naar Turkije
Eiser, een Turkse Koerdische Aleviet, vluchtte vanwege vervolging en dienstweigering in Turkije naar Nederland. Zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus en humanitaire redenen werd door verweerder afgewezen. De rechtbank oordeelt dat eiser weliswaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als dienstweigeraar nog een reëel risico loopt, maar dat zijn ernstige psychische toestand en het ontbreken van adequate medische voorzieningen in Turkije een medische noodsituatie vormen.
De rechtbank stelt vast dat het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft bevestigd dat het uitblijven van behandeling tot een medische noodsituatie leidt en reizen medisch niet verantwoord is. Dit maakt dat terugzending naar Turkije een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren. Verweerder had dit niet alleen in het kader van een reguliere verblijfsvergunning moeten beoordelen, maar ook binnen de asielprocedure.
De rechtbank vernietigt de bestreden beschikking en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €644. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens ernstige medische situatie en risico op schending artikel 3 EVRM bij terugzending.