ECLI:NL:RBSGR:2003:AO3266
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na grensoverschrijding en staandehouding
Eiser, een vreemdeling van Russische nationaliteit, werd op Duits grondgebied door de Koninklijke Marechaussee overgenomen van de Duitse autoriteiten en vervolgens na grensoverschrijding op Nederlands grondgebied staandegehouden en in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig was, waarbij eiser stelde dat hij gedurende een periode van meer dan een uur zonder wettelijke titel van zijn vrijheid was beroofd, en dat het proces-verbaal van ophouding onvolledig was. Verweerder stelde dat staandehouding buiten Nederlands grondgebied niet mogelijk is volgens artikel 50, eerste lid, Vw 2000, en dat de bewaring daarom niet onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding pas op Nederlands grondgebied kon plaatsvinden en dat de periode tussen overname en staandehouding (drie uur en twintig minuten) niet leidde tot een onrechtmatige vrijheidsbeneming. Ook het ontbreken van datum en plaats in het proces-verbaal maakte de bewaring niet onrechtmatig. Verder werd vastgesteld dat eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef en dat er voldoende zicht op uitzetting was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarbij werd bevestigd dat de maatregel van bewaring niet in strijd was met de wet en redelijk was.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.