ECLI:NL:RBSGR:2003:AO4081
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling mvv-vereiste voor HIV-patiënt wegens medische noodsituatie niet verantwoord reizen
Eiseres, een HIV-positieve vrouw uit Ghana, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel het ondergaan van medische behandeling. Haar aanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres stelde dat reizen naar Ghana onverantwoord was vanwege haar medische conditie en de onzekere beschikbaarheid van medicatie daar.
De rechtbank heeft het standpunt van verweerder getoetst dat eiseres in staat zou zijn te reizen en dat de benodigde behandeling in Ghana beschikbaar is. Uit meerdere rapporten van het Bureau Medische Advisering (BMA) bleek echter dat de medicatie in Ghana niet onafgebroken beschikbaar is en dat het risico op een medische noodsituatie groot is. Het BMA adviseerde dat reizen afgeraden moet worden vanwege het gevaar voor de continuïteit van de behandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet 2000, dan wel artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit 2000, zou moeten falen. De medische situatie en de onbetrouwbare medicijnvoorziening in Ghana maken het onverantwoord om de mvv-procedure aldaar af te wachten. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen drie weken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van de vrijstelling van het mvv-vereiste.