ECLI:NL:RBSGR:2003:AO4503
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens risico op foltering bij uitzetting Somalische Midgan
Verzoeker, een lid van de minderheidsgroepering Midgan/Boon uit Mogadishu, werd geconfronteerd met persoonlijke bedreigingen en geweld door milities van de Hawiye en Habar Gedir. Na een gewelddadige aanval in 1999 waarbij zijn broer werd gedood en hijzelf zwaar gewond raakte, bleef verzoeker jarenlang bedreigd en mishandeld, wat leidde tot zijn vertrek uit Somalië.
Verweerder wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning binnen 48 uur af op grond van de onrustige situatie in Somalië, zonder voldoende rekening te houden met het individuele risico voor verzoeker. De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen sprake was van systematische vervolging die voldoet aan het criterium van singled-out, er wel gegronde redenen zijn om aan te nemen dat verzoeker bij uitzetting een individueel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling.
De rechtbank stelde dat verweerder onterecht een verblijfsalternatief in een relatief veilig deel van Somalië aan verzoeker had tegengeworpen zonder nadere motivering. Gezien de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de ernst van de bedreigingen, werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C. Klomp te Amsterdam op 10 oktober 2003.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege het individuele risico op foltering bij uitzetting.