ECLI:NL:RBSGR:2003:AO5287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- S.G.M. Buijs
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens mvv-vereiste en hardheidsclausule
Verzoeker, een Liberiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij zijn Nederlandse partner, maar beschikte niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder wees het beroep op de hardheidsclausule af en hield vast aan het mvv-vereiste, waarbij verweerder stelde dat verzoeker de mvv in een omringend land met een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging kon aanvragen.
Verzoeker voerde aan dat in Liberia geen Nederlandse vertegenwoordiging is en dat het niet redelijk is om naar Ivoorkust te reizen vanwege een negatief reisadvies. De rechtbank oordeelde dat op grond van het recht dat gold ten tijde van de aanvraag, verzoeker slechts naar Ivoorkust kon reizen, en dat het niet redelijk is dit van hem te verlangen. De wijziging van de definitie van mvv per 1 september 2003 werkt nadelig uit voor verzoeker en kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Verder stelde verzoeker dat het vasthouden aan het mvv-vereiste zijn recht op family life schaadt en verwees naar internationale verdragen en eerdere jurisprudentie. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast en oordeelde dat het bezwaar redelijke kans van slagen heeft.
De rechtbank verbood de uitzetting van verzoeker gedurende de bezwaarprocedure, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan verzoeker wordt vergoed. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker zolang het bezwaar loopt.