ECLI:NL:RBSGR:2003:AO7159
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende beoordeling asielvrees Nigeria
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard en kreeg geen verblijfsvergunning vanwege zijn strafrechtelijke veroordelingen en het gevaar voor de openbare orde. Hij stelde dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert vanwege het risico op foltering of onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen nieuwe asielprocedure heeft toegestaan om deze vrees te toetsen, terwijl de beleidsnota vereist dat eerst wordt vastgesteld dat weigering niet in strijd is met het Verdrag van Genève en het EVRM. De eerdere asielprocedure onder een alias volstaat niet voor deze beoordeling.
Verder werd geoordeeld dat de belangenafweging rond artikel 8 EVRM Pro (familie- en gezinsleven) correct was toegepast, omdat het hier een eerste toelating betrof en eiser geen rechtmatig verblijf had. De rechtbank stelde dat de ongewenstverklaring niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij eiser een nieuwe asielprocedure moet kunnen doorlopen. Tevens werd verweerder verboden eiser uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaar is beslist. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd en verweerder wordt verplicht een nieuw besluit te nemen na een asielprocedure.