ECLI:NL:RBSGR:2003:AO8675
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling en toepassing artikel 3.20 Vreemdelingenbesluit 2000
Eiser, een vreemdeling van Roemeense nationaliteit, werd ongewenst verklaard en kreeg geen verblijfsvergunning vanwege een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Verweerder stelde dat eiser bij herhaling was veroordeeld en dat artikel 3.20, tweede lid, aanhef en onder c, Vb van toepassing was. Eiser voerde aan dat geen sprake was van meerdere veroordelingen op verschillende tijdstippen, zoals vereist.
De rechtbank oordeelde dat verweerder gebonden was aan het toetsingskader dat zij zelf had vastgesteld en dat artikel 3.20 Vb van toepassing is op de beoordeling van ongewenstverklaring van gezinsleden van Nederlanders. De stelling van verweerder dat herhaling ook kan slaan op de strafrechtelijke kwalificatie van één feit werd niet gevolgd, omdat dit niet in kenbaar beleid was vastgelegd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3.20 Vb en de motiverings- en zorgvuldigheidsbeginselen van de Awb. Verweerder werd opgedragen binnen veertien weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring is gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege ondeugdelijke motivering omtrent artikel 3.20 Vb.