ECLI:NL:RBSGR:2003:BI6337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatig handelen Staat bij gunning leveringsopdracht
Eiser vordert dat de rechtbank verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem als direct belanghebbende bij een offerte van Bomart en dat de Staat gehouden is de daardoor geleden schade te vergoeden. Eiser baseert zijn vordering op het feit dat de Staat geen overeenkomst met Bomart sloot, maar zonder overleg een overeenkomst met Riem en Honig aanging.
De Staat voert verweer dat eiser niet onmiddellijk betrokken was bij de rechtsverhouding tussen de Staat en Bomart, zodat hij geen vordering kan instellen op grond van artikel 3:302 BW Pro. De rechtbank oordeelt dat de contractuele relatie uitsluitend tussen de Staat en Bomart bestond en dat eiser als toeleverancier geen directe contractspartij was. Zijn belangen zijn vergelijkbaar met die van werknemers of aandeelhouders, die indirect belang hebben maar geen directe rechtspositie.
De rechtbank concludeert dat de vordering van eiser moet worden afgewezen. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en uitgesproken op 16 juli 2003.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.