ECLI:NL:RBSGR:2004:AO1455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verblijfsvergunning voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken
Eisers, uitgeprocedeerde asielzoekers van Joegoslavische nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan op grond van verblijf als vreemdeling die buiten hun schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Verweerder wees de aanvragen af omdat eisers niet staatloos zijn en niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij buiten hun schuld Nederland niet kunnen verlaten.
De rechtbank stelt vast dat artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 ruimer is geformuleerd dan het restrictieve uitzonderingsbeleid van verweerder, dat alleen staatlozen die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken betreft. Dit beleid valt binnen de beleidsvrijheid van verweerder en is niet kennelijk onredelijk.
Eisers konden niet aantonen dat zij staatloos zijn, mede omdat zij in het bezit waren van Joegoslavische paspoorten en documenten die hun nationaliteit bevestigen. Ook slaagden zij er niet in te bewijzen dat zij buiten hun schuld niet kunnen vertrekken, ondanks een brief van de ambassade die dit niet voldoende onderbouwt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.