ECLI:NL:RBSGR:2004:AO1456
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van traumabeleid en EVRM-artikelen
Eiser, een Congolese vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), met als subsidiaire grond een beroep op artikel 13 in Pro samenhang met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Hij stelde dat hij ernstig getraumatiseerd was en dat het ontbreken van adequate medische voorzieningen in zijn land van herkomst een uitzetting onmenselijke behandeling zou opleveren.
De rechtbank oordeelde dat het causale verband tussen de traumatische gebeurtenissen en het vertrek uit het land van herkomst niet aannemelijk was, mede omdat eiser meer dan twee jaar na de traumatische ervaringen zijn land verliet. Eiser kon zich gedurende die periode redelijk staande houden ondanks de moeilijke omstandigheden. Daarnaast werd geoordeeld dat de situatie van eiser niet vergelijkbaar was met het arrest St. Kitts van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin sprake was van een terminale zieke vreemdeling.
Verder werd overwogen dat het niet instellen van hoger beroep tegen eerdere uitspraken niet aan eiser kon worden tegengeworpen vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder de veronderstelling dat beroepsgronden in een latere procedure aan de orde konden worden gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van een verblijfsvergunning op grond van traumabeleid en artikel 3 EVRM.