ECLI:NL:RBSGR:2004:AO1798
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling uit Liberia
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling uit Liberia, verzocht om een verblijfsvergunning asiel en regulier. De IND wees beide aanvragen af. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de asielweigering ongegrond was, omdat eiser slachtoffer was van de algemene oorlogssituatie en onvoldoende specifieke bedreiging kon aantonen. Ook werd de geloofwaardigheid van de dood van zijn moeder betwijfeld vanwege tegenstrijdige verklaringen.
Ten aanzien van de reguliere verblijfsvergunning stelde de rechtbank vast dat eiser minderjarig was, maar dat de IND onvoldoende had onderzocht of hij zich in Liberia zelfstandig kon handhaven. Hoewel eiser in Guinee had gewerkt, was niet aangetoond dat hij in Liberia zelfstandig in zijn levensonderhoud kon voorzien. De rechtbank vond dat de IND hiermee het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden en het besluit onvoldoende had gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep op de reguliere vergunning gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de IND een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd vergoeding van het griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning regulier wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen de asielweigering wordt ongegrond verklaard.