ECLI:NL:RBSGR:2004:AO2159
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens schending artikel 116 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar Nederlandse partner te verblijven. Verweerder besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarna eiseres bezwaar maakte tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder behandelde vervolgens inhoudelijk het bezwaar en wees het af. Eiseres stelde dat haar hierdoor een rechtsgang was ontnomen en dat het besluit vernietigd moest worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was eerder te beslissen zolang het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen aanhangig was, maar dat verweerder het bezwaar alsnog gegrond moest verklaren indien eiseres daar belang bij had. Eiseres stelde dat zij belang had vanwege een proceskostenveroordeling, maar had geen verzoek daartoe ingediend, zodat geen belang bestond.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte de aanvraag toetste aan het nieuwe recht in plaats van aan artikel 116 Vreemdelingenwet Pro 2000, dat bepaalt dat gedurende drie jaar na inwerkingtreding van die wet de inkomenseisen niet gelden voor Nederlanders. Verweerder had ten onrechte aangenomen dat artikel 116 alleen Pro gold voor gehuwden of geregistreerde partners. De rechtbank vernietigde het besluit en stelde een termijn voor een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de aanvraag mvv wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.