ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3138
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling staatloosheid en toekenning verblijfsvergunning aan Koerdische vreemdelingen uit Syrië
Eisers, Koerdische vreemdelingen uit Syrië die zich stellen als staatloos, vroegen om een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf als vreemdeling die buiten hun schuld niet uit Nederland kan vertrekken. De minister wees deze aanvragen af, stellende dat eisers onvoldoende inspanningen hadden verricht om terugkeer naar Syrië mogelijk te maken en dat zij hun staatloosheid niet met documenten hadden aangetoond.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere positie van Koerden in Syrië, die vaak niet geregistreerd zijn en geen officiële documenten kunnen verkrijgen. Het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken bevestigde dat de Syrische autoriteiten geen laissez-passer verstrekken aan Koerden zonder Syrische nationaliteit en geen verklaringen afgeven over staatloosheid.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eisers in de bezwaarfase en onvoldoende had gemotiveerd waarom eisers niet in aanmerking komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste. De rechtbank vernietigde de bestreden beschikkingen en droeg verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde tevens de Staat tot vergoeding van proceskosten aan eisers en wees de mogelijkheid tot hoger beroep toe. Hiermee werd de bijzondere situatie van staatloze Koerdische vreemdelingen erkend en werd het terugkeerbeleid kritisch getoetst aan de feitelijke omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden beschikkingen en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.