ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Keuzenkamp
- W.M.B. Elferink
- H.W.H. Oude Aarninkhof
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in Afghanistan
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende in 1998 een aanvraag in voor toelating als vluchteling en verkreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning in 2002 in op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser vermoedelijk betrokken was bij ernstige mensenrechtenschendingen tijdens zijn werkzaamheden bij de Afghaanse veiligheidsdiensten KhAD en WAD.
De rechtbank oordeelt dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt en zijn betrokkenheid bij de veiligheidsdiensten heeft geminimaliseerd. De verklaringen van eiser over zijn dienstverband en rol werden door verweerder terecht als ongeloofwaardig beoordeeld. Ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken en internationale richtlijnen ondersteunen de conclusie dat officieren binnen deze diensten medeverantwoordelijk waren voor mensenrechtenschendingen.
Eiser voerde aan dat het ambtsbericht te algemeen was en dat hij niet persoonlijk betrokken was, maar de rechtbank achtte de informatie betrouwbaar en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de tegenwerping van artikel 1F niet gerechtvaardigd was. Ook het beroep op rechtszekerheid en het verweer dat verweerder het recht tot intrekking had verwerkt, werden verworpen.
Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard. Wel wordt het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de niet-inwilliging van de vluchtelingenstatus gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar alsnog ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.