ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3798
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dettmeijer-Vermeulen
- Bosma
- Van Harte
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair feit en veroordeling voor openlijke geweldpleging in groepsverband
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak tegen verdachte die samen met twee mede winkeliers werd verdacht van openlijke geweldpleging tegen een persoon die zij verdachten van winkeldiefstal. Het slachtoffer werd op de openbare weg door de groep geschopt, geslagen en geduwd, waarbij zij hem opdroegen zich uit de voeten te maken. Het slachtoffer ondervond pijn en was erg geschrokken.
Verdachte werd primair vrijgesproken van het bij dagvaarding primair ten laste gelegde feit, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Subsidiair werd verdachte wel schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging in vereniging. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte met de groep het recht in eigen hand had genomen, wat onaanvaardbaar is.
De rechtbank legde een taakstraf van 240 uur op, met een maatstaf van 2 uur per dag waardoor 220 uren resteren, en vervangende hechtenis van 110 dagen bij niet-naleving. Daarnaast werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar opgelegd. De benadeelde partij werd gedeeltelijk ontvankelijk verklaard en kreeg een schadevergoeding van €500 toegewezen. Verdachte werd tevens verplicht tot betaling van €166,66 aan de staat ten behoeve van het slachtoffer.
De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding voor het overige af wegens onvoldoende eenvoud voor behandeling in het strafgeding. De uitspraak benadrukt de ernst van het feit, de maatschappelijke onveiligheid die dergelijke geweldpleging veroorzaakt, en houdt rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair feit, veroordeeld voor openlijke geweldpleging met taakstraf, voorwaardelijke gevangenisstraf en gedeeltelijke schadevergoeding.