ECLI:NL:RBSGR:2004:AO4096
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ongeldige asielaanvraag
Verzoeker, een Srilankaanse nationaliteit, had in 2000 een asielaanvraag ingediend die was afgewezen en onherroepelijk verklaard. Op 17 december 2002 werd hij uitgezet naar Sri Lanka nadat zijn verzoek om een tweede asielaanvraag te mogen indienen was afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij per direct op kosten van de Nederlandse Staat naar Nederland kon terugkeren en in afwachting van de bezwaar- en beroepsprocedure zou worden toegelaten.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van 16 december 2002 niet rechtsgeldig was ingediend omdat verzoeker niet persoonlijk het voorgeschreven model had ondertekend, zoals vereist in de Vreemdelingenwet 2000 en de daarop gebaseerde regelingen. Hierdoor had het bezwaar geen redelijke kans van slagen en werd het verzoek afgewezen.
Wel stelde de rechter vast dat de IND onzorgvuldig had gehandeld door niet het schriftelijke voornemen tot afwijzing aan verzoeker te verstrekken en hem geen gelegenheid te geven zijn zienswijze te geven, en dat het gehoor op een openbare plek op Schiphol plaatsvond, wat niet zorgvuldig was.
Daarom werd de IND veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van €644,-.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ongeldige asielaanvraag, maar de IND wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.