ECLI:NL:RBSGR:2004:AO4219
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvang 48-uurstermijn in aanmeldcentrumprocedure vreemdelingen
Verzoekster, een Angolese vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning en werd geconfronteerd met een afwijzend besluit en uitzettingsbevel. Zij stelde dat de 48-uurstermijn voor het onderzoek van haar aanvraag was overschreden omdat deze termijn al was begonnen bij het raadplegen van het Nederlands Recherche Instituut (NRI) op 24 januari 2004.
De rechtbank stelde vast dat het raadplegen van het NRI-register een handeling is die niet in artikel 3:109 van Pro het Vreemdelingenbesluit 2000 is genoemd, maar dat deze handeling louter beheersmatig is en niet gericht op de beoordeling van de aanvraag. Dit betekent dat deze handeling niet als aanvang van de 48-uurstermijn kan worden beschouwd.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeerde dat het onderzoek naar de aanvraag daadwerkelijk binnen de 48 uur is gestart, namelijk op het moment van indiening van de aanvraag op 3 februari 2004. Het beroep van verzoekster werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van een strikte interpretatie van procesuren in het kader van de aanmeldcentrumprocedure en bevestigt dat beheersmatige handelingen zoals het raadplegen van registers niet leiden tot het eerder aanvang nemen van de wettelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.