ECLI:NL:RBSGR:2004:AO4463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering woonadres
Eiseressen, twee minderjarige Angolese staatsburgers, vroegen om een verblijfsvergunning asiel en een reguliere verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling. Verweerder wees deze aanvragen af, stellende dat het asielrelaas niet geloofwaardig was, met name vanwege onjuiste verklaringen over het woonadres van eiseres 1.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op dit standpunt kon stellen. Uit een later individueel ambtsbericht bleek dat het opgegeven woonadres plausibel was. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering voor het ongeloofwaardig achten van het asielrelaas.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat verweerder nieuwe besluiten moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiseressen vergoed.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van het asielrelaas primair bij verweerder ligt, maar dat de rechter terughoudendheid betracht bij toetsing. In dit geval was de motivering onvoldoende en strijdig met de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard en de reguliere beroepen werden eveneens gegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door mr. E.G. de Jong op 9 januari 2004, waarna het vonnis op 13 januari 2004 werd verzonden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en beveelt hernieuwde besluitvorming met vergoeding van proceskosten en griffierecht.