ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5346

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
10 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
09.037.663/03
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 225 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor valsheid in geschrift en gebruik valse documenten

Verdachte, eerder veroordeeld voor het bezit van een vals reisdocument, heeft zich schuldig gemaakt aan het aanbieden van valse cheques aan diverse bankinstellingen met het doel aanzienlijke geldbedragen te verkrijgen. Daarnaast heeft hij zich geïdentificeerd met een vals Portugees paspoort en een bankrekening geopend met behulp van een valse arbeidsovereenkomst.

De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen verklaard. Gezien de professionaliteit waarmee de feiten zijn gepleegd en de mogelijke financiële schade voor banken, acht de rechtbank een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

De officier van justitie had een gevangenisstraf van 15 maanden geëist, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank veroordeelt verdachte echter tot een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan de bewezenverklaring en spreekt verdachte daarvan vrij. Het vonnis is uitgesproken op 10 maart 2004 door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VERKORT VONNIS)
parketnummer : 09.037.663/03
's-Gravenhage, 10 maart 2004.
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Liberia),
wonende te [adres],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden,
locatie Scheveningen Noord (unit 2) te 's-Gravenhage.
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 25 februari 2004.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.J. van Eenennaam, is verschenen en gehoord.
De officier van justitie mr. M.R.B. Mos heeft gevorderd dat verdachte terzake van de hem bij
-gewijzigde- dagvaarding onder 1., 2. en 3. telastgelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van
2 jaar.
De telastlegging.
Aan verdachte is telastgelegd -na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting- hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1.
De bewijsmiddelen.
P.M.
De bewezenverklaring.
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de bij -gewijzigde- dagvaarding onder 1., 2. en 3. vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht
-en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.
Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.
Strafmotivering.
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden, waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.
Verdachte, die blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder is veroordeeld terzake het voorhanden hebben van een vals reisdocument, heeft thans door middel van het aanbieden van valse cheques diverse bankinstellingen getracht te bewegen tot afgifte van aanzienlijke geldbedragen.
Voorts heeft verdachte zich gelegitimeerd met een vals Portugees paspoort en heeft hij een bankrekening geopend met behulp van een valse arbeidsovereenkomst.
Genoemde feiten kunnen forse financiële schade veroorzaken bij bankinstellingen en ondermijnen in het algemeen het vertrouwen van de maatschappij in het reguliere betalingsverkeer.
Het hiervoor overwogene alsmede de omstandigheid dat de feiten onmiskenbaar met enige professionaliteit zijn gepleegd brengen de rechtbank tot het oordeel dat niet kan worden volstaan met oplegging van een deels voorwaardelijke straf zoals door de officier van justitie is gevorderd doch dat een geheel onvoorwaardelijke straf passend en geboden is.
De toepasselijke wetsartikelen.
De artikelen 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart in voege als overwogen wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij
-gewijzigde- dagvaarding onder 1., 2. en 3. telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
verklaart het bewezene en verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt verdachte te dier zake tot:
gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden;
bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
in verzekering gesteld op : 17 november 2003,
in voorlopige hechtenis gesteld op : 20 november 2003;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs A.H.Th. de Boer, voorzitter,
M.Y. Bonneur en H.A.G. Nijman, rechters,
in tegenwoordigheid van E. Wagter, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2004.