ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J. Agema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling ongewenst verklaard en uitzetting Somalië
Eiser, een Somalische vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is op 15 januari 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een voorgenomen uitzetting. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van deze maatregel en de wijze van tenuitvoerlegging.
Eiser heeft verzocht om opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding, waarbij hij onder meer wees op voorlopige maatregelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) die uitzetting naar Somalië zouden moeten verhinderen. De rechtbank oordeelt echter dat de beoordeling van mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting thuishoort in de asielprocedure en dat de kwestie van afgifte van EU-documenten door verweerder buiten beschouwing blijft.
De rechtbank stelt vast dat de bewaring rechtmatig is en dat er voldoende gronden zijn om deze te rechtvaardigen, waaronder het ontbreken van identiteitspapieren, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, een eerdere veroordeling en de ongewenstverklaring. De rechtbank wijst het beroep af en kent geen schadevergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.