ECLI:NL:RBSGR:2004:AO5404
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens en beoordeling artikel 8 EVRM
Eiseres, van Turkse nationaliteit en gehuwd met een Nederlander, kreeg in 1996 een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar echtgenoot. Verweerder weigerde later de verlenging en wijziging van de vergunning omdat eiseres niet feitelijk met haar echtgenoot samenwoonde, mede vanwege diens buitenechtelijke relatie en tijdsverdeling met een andere partner. Verweerder stelde dat eiseres onjuiste gegevens had verstrekt of gegevens had achtergehouden, wat tot intrekking van de vergunning leidde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het achterhouden van gegevens, ook al was eiseres zelf niet op de hoogte van alle feiten. De beleidsregels en toelichting bij de Vreemdelingenwet 2000 ondersteunen dit standpunt. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat geen sprake was van inmenging in het gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, terwijl de verleende vergunning eiseres wel in staat stelde een feitelijk gezinsleven te voeren.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsvereiste en werd het besluit van verweerder vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat aangewezen als partij die het griffierecht aan eiseres moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van verlenging en wijziging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.