ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6206
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Somalië via Nairobi-traject
Verzoekster, een Somalische alleenstaande minderjarige, verzocht de voorzieningenrechter om de geplande uitzetting naar Somalië op 30 januari 2004 op te schorten totdat op haar bezwaarschrift tegen de uitzetting was beslist.
Zij voerde aan dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 en Pro 5 EVRM vanwege de verslechterde situatie in Somaliland en Puntland, en dat zij bij terugkeer in Mogadishu in een ontheemdenkamp zou belanden. Tevens betwistte zij de rechtmatigheid van het EU-reisdocument dat voor haar uitzetting werd gebruikt.
De Minister stelde dat de uitzetting via het Nairobi-traject rechtmatig was. Verzoekster zou worden uitgezet naar de provincie Mudug, een relatief veilig gebied in Somalië. De EU-documenten worden door de autoriteiten van Kenia en Somalië geaccepteerd, waardoor onbelemmerde reis mogelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er zicht bestaat op rechtmatige verwijdering via het Nairobi-traject en dat de situatie in Mudug niet vergelijkbaar is met de onveilige gebieden waar verzoekster bezwaar tegen maakte. Het beroep op de voorlopige maatregelen (Rule 39) van het Europese Hof faalde omdat deze slechts individuele gevallen betroffen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Somalië werd afgewezen en de uitzetting werd als rechtmatig beschouwd.