ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6207
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens buitenlandse drugsvonnis en toetsing refoulementverbod
Eiser, een Congolese vluchteling die sinds 1995 in Nederland verblijft, kreeg zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken vanwege een onherroepelijke Belgische veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf voor deelname aan een criminele organisatie en drugshandel. Verweerder stelde dat deze straf in Nederland overeenkomt met een gevangenisstraf van circa tien maanden, wat volgens de beleidsregels aanleiding geeft tot intrekking van de vergunning.
Eiser voerde aan dat de omzetting van de buitenlandse strafmaat naar een Nederlandse strafmaat onjuist was en dat de intrekking in strijd was met het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn beleidsruimte handelde en dat de intrekking niet in strijd was met het refoulementverbod, mede omdat eiser een gevaar voor de Nederlandse gemeenschap vormt.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser over de procedure en de beoordeling van het asielrelaas. Ook werd geoordeeld dat de situatie in het land van herkomst (DRC) zodanig is dat geen risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer bestaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning asiel.