ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6312
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Bruin
- H.C. Greeuw
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen bij Hezb-i-Wahdat
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen omdat hij volgens verweerder betrokken was bij ernstige mensenrechtenschendingen tijdens zijn werkzaamheden voor de Hezb-i-Wahdat, een gewelddadige politieke en militaire groepering.
De rechtbank toetste het besluit van verweerder aan artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, dat bescherming uitsluit voor personen die ernstige misdrijven hebben begaan. Uit ambtsberichten bleek dat leden van Hezb-i-Wahdat zich schuldig maakten aan willekeurige arrestaties, martelingen en buitengerechtelijke executies. Eiser had een hoge militaire functie en leverde informatie aan het centrale leiderschapsorgaan, wat werd aangemerkt als een wezenlijke bijdrage aan deze misdrijven.
Eiser voerde aan dat hij gedwongen was toe te treden en geen feitelijk gezag had, maar de rechtbank oordeelde dat hij uit vrije wil carrière maakte en verantwoordelijk gehouden kan worden voor de misdrijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ernstige redenen om hem verantwoordelijk te houden voor oorlogsmisdrijven.