ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6320
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot teruggave paspoort in vreemdelingenzaak wegens ontbreken spoedeisend belang uitzetting
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank 's-Gravenhage op 9 februari 2004 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening tot teruggave van het paspoort van verzoeker, een vreemdeling. Verweerder, de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, had het paspoort van verzoeker in bewaring genomen met het oog op uitzetting naar Nigeria. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze inname en vroeg de voorzieningenrechter om het paspoort terug te krijgen zolang niet op het bezwaar was beslist.
De rechtbank oordeelde dat de inname van het paspoort als een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moest worden beschouwd, waartegen bezwaar mogelijk is. Verweerder stelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, maar de rechtbank volgde dit niet. Het verzoek was ingediend nadat de vertrekdatum naar Nigeria was verstreken, en verweerder had sinds de inname geen actie ondernomen om verzoeker daadwerkelijk uit Nederland te verwijderen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder geen groot belang meer hechtte aan een spoedige uitzetting, terwijl het belang van verzoeker bij teruggave van zijn paspoort evident was. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, met de verplichting voor verweerder om binnen twee weken het paspoort terug te geven. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot teruggave van het paspoort wordt toegewezen omdat geen spoedeisend belang voor voortzetting inname bestaat.