ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6456
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Linschoten
- Rechtspraak.nl
Toetsing maatregel van bewaring na staandehouding en overdracht aan vreemdelingendienst
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 24 december 2003 staandegehouden op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet Pro en bij onderzoek aan zijn kleding werd een vals paspoort aangetroffen. Hierop volgde een strafrechtelijke aanhouding. Na afhandeling van het strafrechtelijk traject werd eiser op 27 december 2003 overgedragen aan de vreemdelingendienst en in bewaring gesteld.
De rechtbank stelt vast dat in deze procedure alleen de maatregel van bewaring en de onmiddellijk daaraan voorafgaande vreemdelingenrechtelijke procedure getoetst kunnen worden. De toetsing begint derhalve vanaf het moment van overdracht aan de vreemdelingendienst. De rechtbank oordeelt dat de bewaring rechtmatig is omdat eiser verdacht wordt van een misdrijf, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en niet beschikt over een geldig identiteitspapier.
Eiser stelde dat essentiële stukken in het dossier ontbreken en dat de gehele procedure onrechtmatig is, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen voor onvolledigheid of onrechtmatigheid. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet en dat de belangenafweging rechtvaardigt dat de bewaring gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.