ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen op medische verblijfsaanvraag vreemdelingen
Verzoekers, vreemdelingen van Chinese nationaliteit, dienden op 21 januari 2003 een aanvraag in voor verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) vanwege medische omstandigheden. Ondanks het verstreken van de redelijke beslistermijn van acht weken, had de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nog geen besluit genomen. Verzoekers maakten bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de aard van de problematiek, namelijk het verstrekken van Rva-voorzieningen op medische gronden, een spoedige beslissing vereiste. De IND had onvoldoende gemotiveerd waarom niet binnen de redelijke termijn was beslist en had bovendien geen concrete stappen gezet voor het verkrijgen van een actueel medisch advies. Op grond hiervan werd de voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de IND binnen twee weken na bekendmaking van het vonnis een beslissing moest nemen op de aanvraag van 21 januari 2003. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt de IND binnen twee weken te beslissen op de medische verblijfsaanvraag en wijst de voorlopige voorziening toe.