ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6484
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiseres, een minderjarige uit Mongolië, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de IND werd afgewezen. Zij stelde dat terugkeer naar Mongolië haar psychische problemen zou verergeren en dat zij in strijd met artikel 3 EVRM Pro zou worden behandeld. De rechtbank beoordeelde of er een reëel risico bestond dat zij bij uitzetting onmenselijke of vernederende behandeling zou ondergaan.
De rechtbank overwoog dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro niet alleen betrekking heeft op handelingen van autoriteiten in het land van herkomst, maar ook op andere factoren, mits nauwkeurig onderzocht. De persoonlijke situatie van eiseres in Nederland, waaronder haar integratie en psychische problematiek, werd meegewogen.
Uit het medische rapport bleek dat haar psychische problemen niet zodanig ernstig waren dat uitzetting tot een schending van artikel 3 EVRM Pro zou leiden. Ook haar sociale situatie in Nederland bood geen grond voor een verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op een verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending van artikel 3 EVRM.