ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6491
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking mvv na onontvankelijkheid bezwaar in referentenprocedure
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen de beschikking van 11 juni 2003 waarbij het bezwaar van de referent tegen een afwijzend advies van de Visadienst over de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) werd ongegrond verklaard. De procedure startte met een verzoek van de referent aan de korpschef om advies over de mvv ten behoeve van eiseres. Verweerder gaf op 15 november 2001 een afwijzend advies, waartegen referent bezwaar maakte.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van de referent, mede namens eiseres, ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de brief van 15 november 2001 geen besluit was waartegen bezwaar openstond. Het negatieve oordeel van verweerder in de referentenprocedure is geen vereiste voor het indienen van een mvv-aanvraag en heeft geen zelfstandig rechtsgevolg.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden beschikking en wijst de proceskosten toe aan eiseres. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking en verklaart het beroep gegrond wegens onontvankelijkheid van het bezwaar tegen het afwijzend advies in de referentenprocedure.