ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6648
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Ashkali-Roma uit Kosovo wegens onvoldoende motivering bescherming
Eiser, een Ashkali-Roma uit Kosovo, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij vreesde vervolging vanwege zijn etnische achtergrond en vermeende collaboratie met Servische paramilitairen. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat eiser bescherming kon inroepen van Kosovo autoriteiten of internationale organisaties, wat eiser niet had gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van verweerder onvoldoende was, gelet op ambtsberichten, Amnesty International rapporten en brieven waaruit bleek dat de beschermingsmogelijkheden van UNMIK beperkt zijn en dat Ashkali-Roma nog steeds internationale bescherming behoeven. Ook verweerder zelf sprak zorg uit over de situatie van deze groep.
De rechtbank stelde vast dat eiser’s geloofwaardigheid niet in geschil was en dat verweerder onvoldoende had onderbouwd waarom de vrees van eiser ongegrond zou zijn. Het bestreden besluit was in strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 3:46 Awb Pro. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en onderbouwde beoordeling van asielaanvragen van kwetsbare groepen zoals de Ashkali-Roma uit Kosovo.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.