ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6714
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wegens ernstige strafrechtelijke veroordelingen en recidive
Eiser, van Turkse nationaliteit, is sinds 1983 in Nederland en beschikt sinds 1989 over een geldige verblijfstitel, waaronder een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar voor ernstige misdrijven, waaronder gewelds- en drugsdelicten, en later tot vier jaar gevangenisstraf voor recidive. Verweerder heeft op grond hiervan zijn verblijfsvergunning ingetrokken en hem ongewenst verklaard.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte niet is gehoord en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn langdurige verblijf, gezinssituatie en integratie. De rechtbank oordeelt dat het niet horen van eiser in bezwaar een schending van artikel 7:2 Awb Pro is, waardoor het beroep gegrond is en het besluit wordt vernietigd. Eiser heeft ter zitting zijn standpunt kunnen toelichten, zodat de rechtbank ex nunc kan beslissen.
De rechtbank bevestigt dat de intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring inhoudelijk terecht zijn, gelet op de overschrijding van de strafmaat volgens de glijdende schaal en de ernst van de veroordelingen. De actuele bedreiging voor de openbare orde is evident door recidive en recente detentie. Het belang van de Nederlandse samenleving weegt zwaarder dan het belang van eiser en zijn gezin, ondanks het recht op familieleven. De rechtbank wijst het beroep toe wegens schending van het hoorvereiste, vernietigt het besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand.
Uitkomst: Beroep gegrond wegens schending hoorvereiste, besluit vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand vanwege ernst strafbare feiten en recidive.