ECLI:NL:RBSGR:2004:AO6965
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.J.A. Dassen
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- J.M.E. Derks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning voortgezet verblijf aan Chinese minderjarige vreemdeling
Eiseres, een Chinese minderjarige, had aanvankelijk een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige asielzoeker (vtv ama) gekregen, die later werd omgezet in een verblijfsvergunning regulier met als doel voortgezet verblijf. Verweerder trok deze vergunning in omdat deze onbevoegd was verleend, gebaseerd op nieuw beleid dat stelt dat in China adequate opvang voor minderjarige vreemdelingen aanwezig is.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking niet onrechtmatig is, omdat de bevoegdheid tot intrekking is gebaseerd op artikel 14 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en niet op de gronden van artikel 18. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, aangezien eiseres tijdig is geïnformeerd over het gewijzigde beleid en de vergunning ambtshalve was verleend.
Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk zijn, en het beroep op het oude beleid niet slaagt omdat dat beleid is vervallen. Ook individuele omstandigheden van eiseres, zoals haar opleiding en vrijwilligerswerk, leiden niet tot een andere beoordeling.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet in aanmerking komt voor verlenging van haar verblijfsvergunning en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning voortgezet verblijf wordt ongegrond verklaard.