ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7284
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens adequate opvang in China
Verzoeker, een Chinese alleenstaande minderjarige vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van het beleid dat stelt dat er adequate opvang is in China, waardoor geen vergunning wordt verleend tenzij de vreemdeling kan aantonen dat er geen adequate opvang is.
Verzoeker voerde aan dat het beleid onredelijk is en een onredelijke bewijslast oplegt, en dat het ambtsbericht waarop het beleid is gebaseerd niet objectief en inzichtelijk is. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het beleid ruimte laat voor individuele beoordeling en dat verweerder verplicht is te onderzoeken of de algemene vaststellingen ook op de regio van verzoeker van toepassing zijn.
Verzoeker bracht geen concrete informatie aan die zijn stelling ondersteunde dat er geen adequate opvang voor hem beschikbaar is. Bovendien werd vastgesteld dat zijn asielrelaas ongeloofwaardig is. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en dat nader onderzoek niet bijdraagt aan de beoordeling van de zaak.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.