ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7299
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning voor Iraakse asielzoeker uit Centraal-Irak
Eiser, afkomstig uit Centraal-Irak en lid van de Turkmeense bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in na te zijn gemarteld en te zijn ontsnapt uit detentie. Verweerder wees de aanvraag af vanwege tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar. De rechtbank oordeelt dat het besluitmoratorium voor Centraal-Irak niet van toepassing is op deze zaak omdat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 is ingediend.
De rechtbank stelt dat verweerder de gewijzigde situatie in Irak sinds de militaire interventie wel degelijk moet betrekken bij de beoordeling van het beroep, mede omdat een recent ambtsbericht hierover is verschenen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vervolging riskeert of dat Noord-Irak een onveilig verblijfsalternatief is.
Echter, de rechtbank vindt dat verweerder het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd met betrekking tot het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Centraal-Irak, dat nog steeds van kracht is. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.