ECLI:NL:RBSGR:2004:AO7317
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van asiel en medische gronden wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Vietnamese asielzoeker met een chronische psychose, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel en medische redenen. Hij stelde dat hij Vietnam had verlaten vanwege problemen die vergelijkbaar zijn met die van zijn familieleden die als vluchteling in Nederland zijn toegelaten. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat eiser vanwege die problemen Vietnam had verlaten en omdat de verklaringen van eiser vanwege zijn psychische ziekte onvoldoende betrouwbaar waren.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende rekening te houden met zijn psychische gesteldheid en door de dossiers van zijn familieleden niet te betrekken. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn motieven niet voldoende had aangevuld en dat het aan hem was om aanvullende informatie te verstrekken. Verweerder had de verklaringen van eiser en zijn zus betrokken bij de beoordeling, wat als zorgvuldig werd beschouwd.
Verder stelde eiser dat terugkeer naar Vietnam vanwege zijn ziekte in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, maar hij bracht geen concrete feiten aan die uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk maakten. De rechtbank concludeerde dat verweerder geen nader onderzoek hoefde te verrichten en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.